Over het Tschumipaviljoen

'What a Wonderful World'

Met zijn paviljoen gaat Bernard Tschumi in tegen klassieke vormen en vastgeroeste regels.

In 1895 toonden Auguste en Louis Lumière de eerste cinematografische beelden. In 1990, toen cinematografie of film bijna honderd jaar bestond werd de video- of muziek clip gezien als nieuwste vorm van dit medium. In 1990 organiseerden het Groninger Museum en de dienst Ruimtelijke Ordening de manifestatie 'What a Wonderful World'. Het uitgangspunt hiervoor werd gevormd door de idee om video- of music clips, vanuit de privésfeer in de publieke ruimte te plaatsten. Voor de manifestatie werden vijf paviljoens ontworpen door architecten die in 1988 de kern vormden van een tentoonstelling over deconstructivistische architectuur in het Museum of Modern Art in New York. De groep bestond uit Peter Eiseman, Zaha Hadid, Coop Himmelbau, Rem Koolhaas en Bernard Tschumi.

Tschumipaviljoen 10

Voor 'What a Wonderful World' mochten de architecten een keus maken uit vijf beschikbare locaties. Bernard Tschumi werd getrokken door het Hereplein waar volgens hem te weinig stedelijke bedrijvigheid heerste. Met zijn keus hoopte hij aan het Hereplein een injectie te geven zodat er een levendiger locatie zou ontstaan.

'What a Wonderful World' kende een naar binnen gekeerd programma. Aan de architecten werd gevraagd om een gesloten ‚black box’ te ontwerpen. In plaats daarvan ontwiep Tschumi een geheel uit glas bestaand paviljoen of Video Gallery. Het privé gedrag van kijken naar TV veranderde daarmee in een publieke actie. Het naar het spektacel kijkende publiek werd zelf onderdeel van het spektacel en daarmee, midden in de stad getransformeerd tot een handelend individu. Hiermee werd het paviljoen van Bernard Tschumi een aanjager van stedelijke activiteit.Tschumipaviljoen 11

Tschumi streefde ernaar het ultieme glazen gebouw te ontwerpen en een stap verder te gaan dan Mies van de Rohe met zijn Barcelona paviljoen. Bij dit paviljoen blijft nog altijd een constructie met een dak over als de glazen wanden worden verwijderd. Bij het paviljoen van Bernard Tschumi is dit niet meer het geval omdat hier alle onderdelen uit glas bestaan; de wanden, de construstie- ondedelen, het dak. Hiermee zijn de grenzen bereikt, want door het glas weg te halen verdwijnt het gebouw als geheel.

Als er in het paviljoen geprojecteerde beelden of lichtobjecten zijn geplaatst wordt door de reflectie op het glas het idee van instabiliteit nog verhevigd. Hierdoor is het onduidelijk waar de wanden zijn, waar het gebouw wordt begrensd, wat vast is en wat in beweging. Het glazen gebouw als topos van het modernisme wordt door Bernard Tschumi naar zijn uiterste grenzen gedreven. Tschumipaviljoen 12

'What a World'
Nadat de manifestatie 'What a Wonderful World' was afgelopen verdwenen de paviljoens die ontworpen waren door Zaha Hadid, Coop Himmelbau en Peter Eiseman. De door Rem Koolhaas ontworpen bushalte en het door Bernard Tschumi ontworpen paviljoen bleven staan. Rem Koolhaas ontwerp bleef als bushalte in gebruik, maar het paviljoen van Bernard Tschumi,waar geen passende functie voor werd gevonden kwam in een vacuüm terecht. In 1994 deed stichting De School het voorstel er projecten van kunsternaars in te organiseren. De dienst OCSW stelde hiervoor een bescheiden financiële steun ter beschikbaar. In combinatie met bijdragen van de provincie en de Mondriaan Stichting lukte het projecten te blijven realiseren.

Hierbij gaat het niet om eenduidige projecten die met oude regels benaderd kunnen worden, maar om veelvormige, hybride kunstuitingen. Inherent hieraan is het gebruik van moderne en nieuwe media. In film,TV en video manifesteren zich beeld, tekst en audio gelijktijdig. In digitale producties, waarbij gebruik wordt gemaakt van de nieuwste media techniek is de gelijktijdigheid van fenomenen nog verhevigd. Dergelijke producties sluiten aan bij ideën waardoor Bernard Tschumi zich liet leiden toen hij zijn paviljoen ontwierp. Binnen zijn ideevorming spelen filmtheoriën een belangrijke rol. Ideën over ruimte en tijd, splitscreens, op elkaar botsende scènes, synchroniteit en asynchroniteit laat hij samenvallen met fenomenen binnen de architectuur.Tschumipaviljoen 13

De metaforisch instabiele architectuur van Bernard Tschumi vraagt erom gebruikt te worden door media die ook instabiel zijn. Op de deconstructivistische architectuur sluit een vorm van kunst aan die niet te vangen is in traditionele categoriën. Een gerealiseerd project in het Tschumipaviljoen verhoudt zich tot de transparante architectonische- en tot de omringende openbare ruimte, is binnen en buiten geplaatst, maar bevindt zich nooit op straat.

Bernard Tschumi gebruikt zijn architectuur voor het transformeren van locale omstandigheden en het geven van nieuwe betekenis aan bestaande locaties. De dienst RO heeft met de plaatsing van het glazen paviljoen in 1990 op het Hereplein dit idee gevolgd. Met als gevolg dat er nergens in een stedelijke omgeving een paviljoen staat zoals bij ons op het Hereplein. Midden in de openbare ruimte van Groningen kunnen daardoor in een creatie van een wereld beroemde architect tijdelijke projecten worden gerealiseerd met een groot publieksbereik.