OVER HET TSCHUMIPAVILJOEN

'What a Wonderful World'

TSCHUMIPAVILJOEN – GLASS VIDEO GALLERY

Door Erik Dorsman

Het Tschumipaviljoen is ontworpen door de Frans-Zwitserse architect Bernard Tschumi, gevestigd in Parijs en New York. Het is gerealiseerd in het kader van de kunst- en architectuurmanifestatie What a Wonderfull World! Music Video’s in Architecture, in 1990 georganiseerd door de gemeente Groningen in samenwerking met het Groninger Museum. Met de manifestatie gingen het Groninger Museum en de gemeente Groningen voor het eerst een intensieve samenwerking aan met als doel om zowel de samenhang als de grenzen tussen kunst, beeldcultuur, video, architectuur en openbare ruimte te verkennen. De manifestatie vond plaats ter gelegenheid van de 950ste verjaardag van de stad Groningen en werd gehouden in vijf paviljoens: aan vijf in 1988 tot ‘Deconstructivisten’ omgedoopte architecten, waaronder Tschumi, was gevraagd om op innovatieve en experimentele wijze het beeld van de stad en de kwaliteit van de openbare ruimte in het kader van de manifestatie te onderzoeken.
 


Overeenkomstig het gedachtegoed van de Deconstructivisten was de manifestatie voor Groningen een manier om de relatie tussen kunst, architectuur, beeldcultuur en openbare ruimte te exploreren alsmede hun onderlinge hiërarchie ter discussie te stellen. Uitgangspunt voor de paviljoens was een selectie van 200 videoclips in 13 categorieën en de presentatie ervan diende radicaal verschillend te zijn van de, gebruikelijke, huiselijke entourage. Aan de architecten de opgave om niet op het niveau van de huiskamer maar juist op dat van de stad een geschikte omgeving voor de videoclip te creëren. Bovendien werd de architecten gevraagd of deze opgave tot een nieuw gebouwtype zou moeten leiden, of dat het fenomeen van de videoclip een fundamenteel andere benaderingswijze van de architectuur zou kunnen voeden. De manifestatie was kortom een zoektocht naar contemporaine architectuur die niet wars is van nieuwe ruimtelijke scenario’s en die onbekende stedelijke programma’s niet uit de weg gaat.

De voortdurende ondervraging en ondergraving van de ‘gevestigde’ architectuur was een benadering die Tschumi en de Deconstructivisten deelden. Traditionele waarden zoals harmonie, eenheid en stabiliteit werden ter discussie gesteld, aan gebouwen inherente dilemma’s blootgelegd en geaccepteerde vormen bevraagd. De conceptuele en experimentele aanpak van de opgave van de paviljoens was hiervan een treffende illustratie. Tschumi was in staat om zijn ideeën over vorm en functie naar de praktijk te vertalen en het sterk onderzoekende karakter van zijn werk te testen. Vanaf het begin van zijn carrière heeft Tschumi het denken tot fundamenteel onderdeel van zijn ontwerpen gemaakt en is hij op zoek gegaan naar alternatieve definities van architectuur. Tschumi denkt altijd tegen de architectonische orde van zijn tijd in, hij zoekt de grenzen van de discipline, probeert deze te overschrijden en opnieuw te bepalen.

Het kritische onderzoek naar de relatie tussen vorm en functie vormt de kern van Tschumi’s werk. Dat het paviljoen nog steeds in gebruik is, zij het met een licht gewijzigd programma, is veelzeggend. Niet alleen is de glazen galerij in staat gebleken om een directe relatie te leggen tussen de oorspronkelijk gesitueerde videoclips, de architectuur zelf en de openbare ruime; het paviljoen heeft ook bevestigd, zoals Tschumi altijd betoogt heeft, dat architectonische logica niet enkel afhankelijk is van haar programmatische basis, maar op basis van haar eigen merites in staat is om plaats te bieden aan steeds nieuwe stedelijke programma’s en ruimtelijke scenario’s. De ‘Glass Video Gallery’, zoals Tschumi het paviljoen zelfde noemde, keert het principe van de klassieke gesloten, donkere projectieruimte voor film - een verlengstuk van de huiskamer met reclameborden en neonlicht – letterlijk binnenstebuiten, zodat hetgeen zich normaal in de huiskamer, bar of foyer afspeelt naar de straat wordt gebracht. De verkenning van de grenzen van het paviljoen leidt in deze tot het programmeren van de openbare ruimte, aangezien het omkeren van de definitie en de vorm van het paviljoen de gebeurtenis van binnen naar buiten verplaatst. Het paviljoen van Tschumi is daarmee een nadrukkelijk stedelijke interventie. In feite is dat wat in de openbare ruimte rondom het paviljoen gebeurt, van groter belang dan het paviljoen zelf. Zoals het Tschumi het zelf verwoorde: ‘Bij architectuur gaat het evenzeer om de gebeurtenis die plaatsvindt in een ruimte als om de ruimte zelf.’

 

Over tschumipaviljoen

Voor 'What a Wonderful World' mochten de architecten een keus maken uit vijf beschikbare locaties. Bernard Tschumi werd getrokken door het Hereplein waar volgens hem te weinig stedelijke bedrijvigheid heerste. Met zijn keus hoopte hij aan het Hereplein een injectie te geven zodat er een levendiger locatie zou ontstaan.

'What a Wonderful World' kende een naar binnen gekeerd programma. Aan de architecten werd gevraagd om een gesloten ‚black box’ te ontwerpen. In plaats daarvan ontwiep Tschumi een geheel uit glas bestaand paviljoen of Video Gallery. Het privé gedrag van kijken naar TV veranderde daarmee in een publieke actie. Het naar het spektacel kijkende publiek werd zelf onderdeel van het spektacel en daarmee, midden in de stad getransformeerd tot een handelend individu. Hiermee werd het paviljoen van Bernard Tschumi een aanjager van stedelijke activiteit.

Tschumi streefde ernaar het ultieme glazen gebouw te ontwerpen en een stap verder te gaan dan Mies van de Rohe met zijn Barcelona paviljoen. Bij dit paviljoen blijft nog altijd een constructie met een dak over als de glazen wanden worden verwijderd. Bij het paviljoen van Bernard Tschumi is dit niet meer het geval omdat hier alle onderdelen uit glas bestaan; de wanden, de construstie- ondedelen, het dak. Hiermee zijn de grenzen bereikt, want door het glas weg te halen verdwijnt het gebouw als geheel.

Als er in het paviljoen geprojecteerde beelden of lichtobjecten zijn geplaatst wordt door de reflectie op het glas het idee van instabiliteit nog verhevigd. Hierdoor is het onduidelijk waar de wanden zijn, waar het gebouw wordt begrensd, wat vast is en wat in beweging. Het glazen gebouw als topos van het modernisme wordt door Bernard Tschumi naar zijn uiterste grenzen gedreven.

'What a World'
Nadat de manifestatie 'What a Wonderful World' was afgelopen verdwenen de paviljoens die ontworpen waren door Zaha Hadid, Coop Himmelbau en Peter Eiseman. De door Rem Koolhaas ontworpen bushalte en het door Bernard Tschumi ontworpen paviljoen bleven staan. Rem Koolhaas ontwerp bleef als bushalte in gebruik, maar het paviljoen van Bernard Tschumi,waar geen passende functie voor werd gevonden kwam in een vacuüm terecht. In 1994 deed stichting De School het voorstel er projecten van kunsternaars in te organiseren. De dienst OCSW stelde hiervoor een bescheiden financiële steun ter beschikbaar. In combinatie met bijdragen van de provincie en de Mondriaan Stichting lukte het projecten te blijven realiseren.

Hierbij gaat het niet om eenduidige projecten die met oude regels benaderd kunnen worden, maar om veelvormige, hybride kunstuitingen. Inherent hieraan is het gebruik van moderne en nieuwe media. In film,TV en video manifesteren zich beeld, tekst en audio gelijktijdig. In digitale producties, waarbij gebruik wordt gemaakt van de nieuwste media techniek is de gelijktijdigheid van fenomenen nog verhevigd. Dergelijke producties sluiten aan bij ideën waardoor Bernard Tschumi zich liet leiden toen hij zijn paviljoen ontwierp. Binnen zijn ideevorming spelen filmtheoriën een belangrijke rol. Ideën over ruimte en tijd, splitscreens, op elkaar botsende scènes, synchroniteit en asynchroniteit laat hij samenvallen met fenomenen binnen de architectuur.

De metaforisch instabiele architectuur van Bernard Tschumi vraagt erom gebruikt te worden door media die ook instabiel zijn. Op de deconstructivistische architectuur sluit een vorm van kunst aan die niet te vangen is in traditionele categoriën. Een gerealiseerd project in het Tschumipaviljoen verhoudt zich tot de transparante architectonische- en tot de omringende openbare ruimte, is binnen en buiten geplaatst, maar bevindt zich nooit op straat.

Bernard Tschumi gebruikt zijn architectuur voor het transformeren van locale omstandigheden en het geven van nieuwe betekenis aan bestaande locaties. De dienst RO heeft met de plaatsing van het glazen paviljoen in 1990 op het Hereplein dit idee gevolgd. Met als gevolg dat er nergens in een stedelijke omgeving een paviljoen staat zoals bij ons op het Hereplein. Midden in de openbare ruimte van Groningen kunnen daardoor in een creatie van een wereld beroemde architect tijdelijke projecten worden gerealiseerd met een groot publieksbereik.

paviljoen

Nieuwsbrief

Inschrijven

Downloads

Contact

Tuinbouwstraat 34-a
9717 JJ Groningen
06-29514120
tschumipaviljoen [at] home.nl

Archief

GereserveerdVerhuisberichtRaum - Arbeit # 4516 f553