door Ad de Laat

Twee zwevende armen van vliegerstof. In het gangpad, in het midden van het paviljoen zijn twee gordijnen van witte voeringstof gespannen. Tussen de gordijnen staat een zestien meter lange wigvormige, opgeblazen tafelvorm van witte vlieger- of spinakerstof. Deze vorm wordt continue van lucht voorzien door een tiental ventilatoren die buiten het gangpad zijn geplaatst. De ventilatoren zijn met de tafelvorm verbonden doormiddel van slurven, die door de gordijnen steken. Op de tafelvorm liggen twee, zeven meter lange, opgeblazen armen, eveneens van vlieger- of spinakerstof. Ook deze armen worden continue door middel van ventilatoren van lucht voorzien. Het geheel wordt, binnen in het gangpad belicht door blacklights, die aan het plafond van het paviljoen hangen. De opgeblazen armen lijken te zweven op een pulserend ritme. Het roept een sfeer op van een organisme aan beademingsapparatuur dat half dood en half levend is, als in een comateuze toestand.